Voor veel mannen blijft het simpel: lengte, gewicht, en een blik op de BMI-tabel. Maar wie serieus met zijn gezondheid bezig is, merkt al snel dat dit plaatje niet klopt. Twee mannen van 1,80 meter en 85 kilo kunnen er totaal anders uitzien en een totaal ander gezondheidsrisico lopen. De een draagt zijn gewicht rond de heupen, de ander heeft een flinke buik. Net dat verschil bepaalt welke man meer kans heeft op diabetes type 2 of hart- en vaatziekten. Wie zijn gewicht wil beoordelen, moet dus twee meetinstrumenten combineren: de Body Mass Index en de middelomtrek.
Wat zegt je BMI nu eigenlijk?
De BMI is een internationale maat die de verhouding tussen gewicht en lengte weergeeft. Je berekent hem door je gewicht in kilo's te delen door het kwadraat van je lengte in meters. Een man van 1,80 meter en 80 kilo heeft een BMI van 24,7. De formule is al sinds de negentiende eeuw in gebruik en nog altijd de eerste stap bij het beoordelen van een gezond gewicht.

Voor volwassen mannen tussen 19 en 69 jaar gelden de volgende grenzen:
- Lager dan 18,5: ondergewicht
- Tussen 18,5 en 25: gezond gewicht
- Tussen 25 en 30: overgewicht
- 30 of hoger: obesitas
De BMI geeft bij de meeste mannen een goede inschatting van de gezondheid van hun gewicht. Toch zijn er uitzonderingen. Mannen die veel aan krachttraining doen, wegen vaak meer door spiermassa. Spierweefsel is zwaarder dan vetweefsel, waardoor hun BMI in de categorie overgewicht kan vallen terwijl ze een laag vetpercentage hebben. Een man van 1,75 meter die 90 kilo weegt en intensief traint, heeft een BMI van 29,4. Volgens de tabel heeft hij overgewicht, maar zijn middelomtrek kan prima gezond zijn.
Wanneer de BMI minder betrouwbaar wordt
Naast gespierde mannen zijn er andere groepen waarvoor de BMI-berekening minder geschikt is. Erg lange en erg korte mannen krijgen een vertekend beeld. Ook mannen van Aziatische afkomst moeten andere grenzen hanteren, omdat zij een andere vetverdeling hebben. Voor hen geldt een gezond gewicht tussen 18,5 en 23, en al vanaf 27,5 is er sprake van obesitas.
Mannen boven de 70 jaar vormen een aparte categorie. Hun lichaamssamenstelling verandert, de spiermassa neemt af en de lengte krimpt met ongeveer één tot twee centimeter per decennium. Daardoor stijgt de BMI automatisch, zonder dat er echt vet bijkomt. De grenzen die voor jongere volwassenen gelden, zijn voor hen dan ook te streng. In de praktijk houdt men voor een 70-plusser een BMI tussen 22 en 28 aan voor een gezond gewicht.
Buikomvang, de maat die de BMI aanvult
De BMI zegt niets over waar je vet zich bevindt. Nochtans is die locatie minstens zo belangrijk voor je gezondheid. Vet in en rond de buik is een risicofactor voor diabetes type 2 en hart- en vaatziekten. Vet op heupen en benen is dat in veel mindere mate. Daarom is de middelomtrek een onmisbare aanvulling.
Het meten zelf is eenvoudig. Ga rechtop staan, meet op de blote huid tussen de onderkant van de onderste rib en de bovenkant van het bekken. Houd het meetlint niet te strak, adem uit en lees de waarde af. Voor mannen van Europese, Amerikaanse, Midden-Oosterse en Mediterrane afkomst geldt een gezonde middelomtrek tot 94 centimeter. Daarboven is het verhoogd, en vanaf 102 centimeter is er sprake van een duidelijk verhoogd gezondheidsrisico.
Buikvet is een belangrijke risicofactor voor diabetes type 2 en hart- en vaatziekten, onafhankelijk van het totale gewicht.
Voor mannen van 70 jaar en ouder zijn deze grenswaarden mogelijk te laag. Er is nog geen duidelijkheid over welke afkappunten voor hen wel gebruikt moeten worden. Wie twijfelt, doet er goed aan zijn huisarts te raadplegen.
De combinatie van beide metingen
Meestal geven BMI en middelomtrek dezelfde uitkomst. Maar het kan verschillen, en dan is het belangrijk te weten wat je met die informatie doet. Een man met een gezonde BMI maar een te hoge middelomtrek moet ervoor zorgen dat zijn gewicht gelijk blijft en zijn buik niet verder groeit. Gezond eten en voldoende bewegen zijn daarbij de basis.

Een man met een BMI van 30 of hoger maar een gezonde of verhoogde middelomtrek krijgt het advies om zijn meting nog eens over te doen, eventueel met hulp van iemand uit zijn omgeving of een professional. Een fout bij het meten kan immers een vertekend beeld geven.
Voor wie intensief aan krachttraining doet, is de middelomtrek de meest betrouwbare maat. Staat die op een gezonde waarde, dan is afvallen niet nodig, ook al geeft de BMI overgewicht aan. Wie het helemaal nauwkeurig wil weten, kan bij een diëtist zijn vet- en spiermassa laten bepalen. Zo krijg je een precies beeld van je lichaamssamenstelling.
De grenzen van een gezond gewicht voor mannen
Een gezonde BMI is voor mannen en vrouwen identiek, namelijk tussen 18,5 en 25. Toch zijn er nuances die mannen vaak over het hoofd zien. Ondergewicht is niet alleen een probleem voor jonge meisjes of ouderen. Een man met een BMI onder 18,5 loopt een verhoogd risico op gezondheidsproblemen, waaronder een verzwakt immuunsysteem en botontkalking. Onbedoeld gewichtsverlies in korte tijd is altijd een reden om een huisarts te raadplegen.
Overgewicht zonder andere aandoeningen kan een man vaak zelf aanpakken door gezonder te eten en meer te bewegen. Lukt dat niet, dan is professionele hulp aangewezen. Wie overgewicht combineert met een andere aandoening – hart- en vaatziekten, diabetes type 2, slaapapneu, hoge bloeddruk of hoog cholesterol – doet er goed aan meteen een afspraak te maken bij de huisarts.
Wat een gezond gewicht niet betekent
Een BMI tussen 18,5 en 25 wil niet zeggen dat je evenwichtig eet en voldoende beweegt. Het omgekeerde geldt ook: een man met licht overgewicht eet niet per definitie ongezond. Het getal op de weegschaal zegt niets over de kwaliteit van je voeding of je dagelijkse beweging. Wie zich alleen op zijn BMI fixeert, mist het grotere plaatje. Evenwichtige voeding, voldoende beweging en het beperken van lang stilzitten wegen zwaarder dan het streven naar een perfect getal.
Wat betekent dit concreet voor jou?
De kernboodschap is simpel: bereken je BMI, meet je middelomtrek, en trek alleen conclusies uit de combinatie van beide. Een man van 1,80 meter met een gewicht van 85 kilo heeft een BMI van 26,2 en valt dus in de categorie overgewicht. Meet hij een middelomtrek van 90 centimeter, dan is zijn gezondheidsrisico beperkt. Meet hij 105 centimeter, dan is er wél reden tot actie, ook al is het verschil in gewicht misschien klein.
Voor mannen boven de 70 gelden andere grenzen, en voor mannen met een Aziatische achtergrond eveneens. Krachtsporters moeten de BMI met een korrel zout nemen en vooral naar hun buikomvang kijken. Wie twijfelt of zijn gewicht gezond is, kan altijd terecht bij de huisarts of een diëtist. Zij kunnen de lichaamssamenstelling nauwkeurig bepalen en een concreet plan opstellen.
Het belangrijkste is dat je niet blind staart op één getal. De weegschaal vertelt je hoeveel je weegt, maar niet waar dat gewicht zit, hoeveel ervan spier is en hoeveel vet. Door beide metingen te combineren krijg je een realistisch beeld van je gezondheidsrisico. En dat beeld is uiteindelijk de enige basis waarop je zinvolle beslissingen kunt nemen over je voeding en beweging.
